Ik was een jaar of zes, denk ik, toen ik voor het eerst een boekje mocht uitkiezen in de bibliotheek. Ik was daar al vaker geweest, want mama moest altijd boeken met een donkere kaft terugbrengen. Later leerde ik dat dit allemaal thrillers waren, maar dat wist ik nog niet. Ik vond lezen en schrijven op school altijd fantastisch (want rekenen was stom). Ik had al snel alle makkelijke boekjes in de bibliotheek uitgelezen en ging stiekem moeilijkere boekjes lezen. Ik was onwijs fan van Paul van Loon en Carry Slee. Ik verslond de Hoe overleef ik… boeken en het plot van Boy 7 weet ik nog steeds. Mijn hele bassischooltijd was ik regelmatig in de bieb te vinden om stapels met boeken mee naar huis te nemen. Al snel ging ik zelf verhalen verzinnen die ik op de oude laptop ging opschrijven. Een laptop die super traag was en waar alleen Word op werkte. Ik bedacht allemaal verhalen met personages uit tv series. Zoop was mijn favoriet.

Toen kwam de middelbare school en werd lezen verplicht. Je moest leesdossiers maken, bestaande uit boeken die niemand leuk vond. Lezen werd al snel minder leuk. Daarnaast ging de grote bibliotheek dicht en zou ik een eind moeten fietsen, in plaats van de hoek omlopen. Dat nam niet weg dat ik lezen en schrijven heel leuk vond. In de tweede zat ik in de knoop met mijn seksualiteit. Ik vond het eng om daar boeken over te lezen (want als iemand in de bieb mij dan zou zien met zo’n boeken dan zouden ze het weten en ik wist niet waar ik ze moest vinden en vragen durfde ik natuurlijk niet). Dus besloot ik om zelf een boek te schrijven. En dat werd ook uitgebracht bij Boekscout Yo!. Born This Way, gewoon zoals het is was mijn eerste boek. Het werd door heel veel mensen uit mijn omgeving. Ik vroeg aan ze: “Wat vind je ervan? En wat vind je van het onderwerp?” Zo wist ik precies tegen wie ik makkelijk mijn geheim kon vertellen en tegen wie niet.

Vervolgens was ik zo aan het schrijven gewend dat al snel een tweede boek verscheen: Je kent me niet eens. Een vervolg op deel een. Wel met andere hoofdpersonen, maar dit zijn klasgenoten uit de hoofdpersonen uit mijn eerste boek. Ik vond het fantastisch. Ook dit boek vonden mensen leuk, maar het werd helaas wat minder goed verkocht als het eerste. Maar dat maakte me niet uit. Ik had het gedaan.

Zoals de meesten van jullie al weten ben ik enorm fan van musicals. Na twee boeken wilde ik iets nieuws proberen: ik ging musicalscripts schrijven. Niet dat iemand die te zien kreeg, want dat vond ik eng. Maar ik ging wel veel schrijven en oefenen. Tegelijkertijd werd het lezen nog meer “verplicht” en kreeg je zelfs cijfers voor boekverslagen. Ik vond lezen helemaal niet leuk meer. Ik las alleen nog maar fanfictions over bands waar ik fan van was.

Mijn eindexamenjaar brak aan. Ik had de voorstellingen van de musical The Wizard of Oz erop zitten en ik sprak met Bas van Gestel, dirigent van de musical. Hij vroeg wat ik wilde gaan studeren en ik zei dat ik musicalscripts wilde maken. Hij vroeg of ik het script van Cats wilde vertalen voor de nieuwe musical. Dit werd uiteindelijk ook mijn Profielwerkstuk, waar ik een 9 voor had. Natuurlijk! Hij leerde me alles over een goed script, hoe je muziek vertaalt en waar je op moet letten. Van Jeroen, de regisseur, kreeg ik tips die een regisseur verder helpen (zoals een script niet voltimmeren met regie aanwijzingen). De voorstellingen van Cats, die trouwens een Amateur Musical Award gewonnen heeft voor Beste Toneelbeeld/Vormgeving (en het script werd ook genoemd in de feedback), zaten erop. Ik ging voor mezelf verder met het vertalen van musicals.

Mensen kregen in de gaten dat ik hiermee bezig was. Ik werd gevraagd om kindervoorstellingen te schrijven voor twee musicalgroepen. Dat deed ik: Diep in de Zee en Het koningspad stonden ongeveer drie jaar geleden op het podium. Ik mocht scripts omschrijven, rollen bedenken en techniekscripts in elkaar zetten. Dit vond ik geweldig.

Ik had eindexamen gedaan en ik moest gaan bedenken wat ik wilde doen. Ik werd afgewezen voor Writing for Performance aan het HKU en Creative Writing aan Artez. Wat nu? Mensen zeiden dat ik journalistiek moest gaan doen. Ik ging een beetje researchen en ik kwam er al snel achter dat veel journalisten ook “schrijver” achter hun naam hebben staan. Goed dan. Zo ben ik op het FHJ terecht gekomen. Sindsdien verheugde ik me op de minor.

Nu het lezen niet meer verplicht voelde, lees ik meer en meer. Dit jaar heb ik weer het script voor een musicalgroep geschreven: Roodkapje en de zeven dwergen. Over een half jaar verschijnt er weer een nieuw boek, maar daar ga ik de titel nog niet van publiceren.